Vastlopen terwijl je juist hulp zoekt
Ik vroeg om hulp omdat het niet meer ging. Gewoon omdat ik op was.
Wat eraan voorafging is een lang verhaal, een verhaal dat zes jaar geleden begon en waar ik later meer over zal schrijven. Het eindpunt van die weg was een medicijnfuik rond oxycodon, eerst netjes voorgeschreven voor pijnklachten, daarna langzaam een eigen probleem geworden. Voor de behandeling daarvan belandde ik in een verslavingskliniek. En terwijl ik daar in traject zat, begon een depressie die zwaarder was dan ik ooit had meegemaakt.
Ik stuurde de kliniek wekenlang mails dat het niet goed ging. Dat het zwart was. Dat de gedachten toenamen. Er kwamen antwoorden, maar geen hulp. Ze sloten mijn dossier. Dat ik op een medicijn zat dat ze zelf hadden voorgeschreven maakte voor de procedure geen verschil.
Opluchting in plaats van hulp
Mijn huisarts luisterde. En toen ik aangaf dat ik suïcidale gedachten en plannen had, maar beloofde er niets mee te doen, hoorde ik iets wat ik niet vergeet: opluchting. Geen concreet plan, geen actie die dag. Gewoon de opluchting dat ik haar probleem niet zou worden. Ze beloofde een gesprek met de POH-er. Anderhalve week later belde die om te zeggen dat er over twee en een halve week ruimte was.
De verwijzende partij had in haar eerste mail aangegeven te willen meedenken. Sindsdien was het stil. Anderhalve week na een mail waarin ik schreef dat het heel zwart was en de gedachten toenamen, volgde eindelijk een reactie. Maar zodra mijn situatie echt tot ze doordrong, werd het weer stil.
Wat mijn ervaring leerde
Ik ben gewend om complexe situaties te ontrafelen. Maar mijn eigen situatie ontrafelen lukte niet meer. Mezelf 's ochtends oprapen en naar beneden slepen was al intensief genoeg. En toch probeerde ik het systeem te laten werken zoals ik dat altijd deed: alles documenteren, escaleren waar ik kon, bij elk nieuw gesprek terugverwijzen naar eerder gemaakte afspraken. En toch liep ik vast. Vier maanden lang, in een fuik van pijnkliniek, verslavingszorg, GGZ-verwijzer en huisarts, waarbij elke partij naar een stukje keek en niemand het geheel zag.
Waarom dit niet alleen mijn verhaal is
Als iemand die gewend is complexiteit te ontrafelen al vastloopt, hoe moet het dan voor iemand die de taal niet machtig is, minder digitaal vaardig is, geen netwerk heeft om op terug te vallen, of die als AZC-bewoner al nauwelijks toegang heeft tot de juiste zorg? Die vraag liet me niet los. De frustratie, de fuik en de wetenschap dat dit anderen ook overkomt, is waarom Zorgfuik bestaat.