Kort maar extreem
Een onbehandelde aanval duurt volgens de internationale criteria 15 tot 180 minuten en kan eens per twee dagen tot acht keer per dag optreden.
Korte, extreem heftige aanvallen aan één kant rond het oog, vaak meerdere keren per dag en in periodes.
Clusterhoofdpijn behoort tot de trigeminale autonome hoofdpijnen. De aanvallen zijn strikt eenzijdig en gaan vaak samen met automatische reacties van oog, neus of ooglid aan diezelfde kant.
Een onbehandelde aanval duurt volgens de internationale criteria 15 tot 180 minuten en kan eens per twee dagen tot acht keer per dag optreden.
Bij de episodische vorm komen aanvallen weken tot maanden terug, gevolgd door een aanvalsvrije periode. Bij de chronische vorm ontbreekt zo’n langere pauze.
We weten niet precies waarom clusterhoofdpijn ontstaat. Het herkenbare dag- en seizoensritme wijst op betrokkenheid van biologische ritmes, maar verklaart niet alles.
Scherpe, brandende of borende pijn rond of boven één oog of bij de slaap.
Een rood of tranend oog, verstopte of lopende neus, zweten, een dik of hangend ooglid of kleinere pupil aan de pijnkant.
Veel mensen lopen rond, wiegen of bewegen tijdens een aanval. Dat verschilt vaak van migraine, waarbij rust en donkerte juist worden opgezocht.
Aanvallen kunnen op vergelijkbare tijden terugkomen, bijvoorbeeld ’s nachts, en gedurende een cluster meerdere keren per etmaal.
Misselijkheid of lichtgevoeligheid kunnen soms toch voorkomen. Eén symptoom sluit een andere hoofdpijnvorm dus niet automatisch uit; het complete patroon en onderzoek zijn leidend.
Clusterperioden van weken tot maanden worden afgewisseld met een aanvalsvrije periode van minstens drie maanden.
Vereenvoudigde illustratie: cluster, pauze, nieuw cluster.
Aanvallen bestaan langer dan een jaar zonder remissie, of met aanvalsvrije perioden die korter zijn dan drie maanden.
De frequentie kan wisselen; “chronisch” betekent niet noodzakelijk elke dag evenveel aanvallen.
De diagnose is vooral gebaseerd op de beschrijving van aanvallen en neurologisch onderzoek. Bij een eerste aanval die op clusterhoofdpijn lijkt, volgt doorgaans verwijzing naar een neuroloog.
Noteer tijdstip, duur, kant, oog- en neusklachten, onrust, medicatie en effect. Een foto van het oog tijdens een aanval kan soms aanvullende informatie geven.
Een neuroloog beoordeelt of MRI nodig is om oorzaken of aandoeningen die erop lijken uit te sluiten. Een normale scan maakt de aanvallen niet minder echt.
Een andere kant, nieuw neurologisch verschijnsel of duidelijk ander patroon hoort opnieuw beoordeeld te worden.
Bel direct de huisarts of huisartsen-spoedpost. Ga niet zelf uit van clusterhoofdpijn wanneer een aanval nieuw of duidelijk anders is.
Omdat aanvallen snel pieken, zijn gewone pijnstillers meestal te traag. Behandeling wordt met huisarts en neuroloog afgestemd en bestaat uit een plan voor de aanval en vaak ook preventie.
Medicinale zuurstof via een passend non-rebreathing masker en sumatriptan onder de huid zijn belangrijke snelle behandelingen. Een neusspray kan bij langere aanvallen een alternatief zijn. Bespreek voorschrift, contra-indicaties en veilig gebruik.
Verapamil is doorgaans eerste keus voor preventie. Opbouw vraagt ECG-controles. Een overbruggingsbehandeling, GON-injectie of andere medicatie kan in specialistische zorg worden overwogen.
De soort zuurstof, het masker en de doorstroomsnelheid doen ertoe. Verapamil kan de hartgeleiding beïnvloeden en sumatriptan is niet voor iedereen geschikt. Laat het aanvalsplan persoonlijk voorschrijven.
Zorg dat zuurstof of medicatie bereikbaar is en huisgenoten of collega’s weten wat er gebeurt en wanneer hulp nodig is.
Alcohol kan tijdens een clusterperiode een aanval uitlokken. Buiten een actieve periode geldt dat verband niet voor iedereen.
Nachtelijke aanvallen, angst voor de volgende aanval en herstel kunnen zwaar wegen. Bespreek tijdelijke aanpassingen en zo nodig de bedrijfsarts.
We zoeken ervaringen over herkenning, toegang tot zuurstof, preventie, werk en afstemming tussen huisarts, neuroloog en apotheek.
Deel je ervaring