Depressie · behandeling

Depressie behandelen: therapie, antidepressiva en vervolgstappen

Welke therapie past, wat doen de verschillende antidepressiva en wat als de behandeling onvoldoende helpt? Hier vind je uitleg om samen met je behandelaar keuzes te maken.

Er is geen behandeling die voor iedereen hetzelfde werkt. Deze pagina legt behandelopties uit: van gesprekken en activiteiten tot medicijnen en specialistische zorg. Bespreek vooraf wat je wilt verbeteren, welke nadelen voor jou zwaar wegen en wanneer je samen evalueert.

Zorgfuik geeft algemene informatie en stelt geen diagnose. Bespreek persoonlijke klachten, behandeling en medicatie met een bevoegde zorgverlener.

Bronnen gecontroleerd op . Algemene informatie voor volwassenen; geen persoonlijk behandel- of doseeradvies.

Hoe kies je een behandeling voor depressie?

Een behandelplan begint met meer dan de diagnose. Wat lukt niet meer in je dagelijks leven? Hoe ernstig en hoe lang zijn de klachten? Wat hielp bij eerdere perioden, en wat juist niet? Ook slaap, lichamelijke gezondheid, andere medicijnen, alcohol of drugs en je persoonlijke omstandigheden tellen mee.

De basis bestaat uit uitleg, haalbare dagstructuur, activiteiten en regelmatig contact. Bij een depressie zonder ernstige beperkingen kan begeleiding of psychologische behandeling eerst passend zijn. Bij ernstiger klachten, veel lijdensdruk of andere psychische problemen is sneller intensievere behandeling nodig. In de specialistische zorg wordt bij een matig ernstige of ernstige depressie doorgaans een combinatie van psychotherapie en medicatie aanbevolen. Jouw voorkeur en eerdere ervaringen horen bij die afweging.

De huisarts en praktijkondersteuner ggz kunnen begeleiden en zo nodig verwijzen. Een psycholoog of psychotherapeut geeft psychologische behandeling; een psychiater kan complexe diagnostiek en medicatie beoordelen. Vraag tijdens een wachttijd wie je blijft volgen en wie je bij verslechtering kunt bellen.

Bronnen: NHG-Standaard Depressie en Nederlandse behandelrichtlijn. Lees ook wie wat doet in je zorgproces.

Psychotherapie: wat doe je bij CGT en andere behandelingen?

Psychotherapie is een gerichte behandeling met afspraken, oefeningen en evaluatie. Verschillende vormen kunnen helpen. De Nederlandse richtlijn laat voorkeur, beschikbaarheid en deskundigheid van de behandelaar meewegen. CGT heeft een grote onderzoeksbasis; dat maakt het niet automatisch voor iedereen de beste keuze.

Cognitieve gedragstherapie (CGT)

Je onderzoekt hoe gedachten, gevoelens en gedrag elkaar beïnvloeden. Bijvoorbeeld: de gedachte ‘ik ben iedereen tot last’ kan ertoe leiden dat je contact vermijdt en je steeds eenzamer voelt. Met je behandelaar toets je zulke gedachten en oefen je met ander gedrag. Het is geen opdracht om alleen ‘positief te denken’. Vaak werk je ook tussen afspraken aan kleine, afgesproken opdrachten.

Gedragsactivatie

Bij depressie kun je steeds minder gaan doen, terwijl terugtrekken de klachten kan onderhouden. Gedragsactivatie helpt om stap voor stap activiteiten terug te brengen die betekenis, contact of voldoening kunnen geven. Je hoeft niet eerst gemotiveerd te zijn. De opbouw wordt aangepast aan wat haalbaar is; het is geen advies om jezelf te forceren.

Interpersoonlijke psychotherapie (IPT)

IPT richt zich op de samenhang tussen depressie en relaties of veranderingen in je leven. Denk aan een verlies, conflict of nieuwe rol als ouder. Je onderzoekt hoe die gebeurtenissen je raken en oefent met communicatie, steun vragen en omgaan met veranderingen.

Andere behandelvormen

Ook ACT, mindfulness-based cognitieve therapie (MBCT), probleemoplossende therapie en psychodynamische therapie kunnen worden overwogen. Ze leggen andere accenten, zoals omgaan met gedachten, terugkerende patronen of concrete problemen. Vraag waarom de voorgestelde methode bij jouw klachten past. Lees hoe ACT werkt of bekijk het overzicht van behandelingen.

Welke soorten antidepressiva zijn er?

Antidepressiva kunnen depressieve klachten verminderen, maar werken niet bij iedereen hetzelfde. De groepen verschillen in hun invloed op de signaaloverdracht in de hersenen, bijwerkingen, wisselwerkingen en het gemak waarmee je kunt stoppen. ‘Nieuwer’ of ‘sterker’ betekent niet automatisch beter.

Hieronder staan de belangrijkste groepen en voorbeelden van werkzame stoffen die in de Nederlandse zorg gebruikt worden. Het is geen volledige bijsluiter of keuzelijst om zelf mee te starten. Sommige middelen worden ook voor angst, dwang of pijn gebruikt: een recept voor een antidepressivum betekent dus niet altijd dat je een depressie hebt.

De gebruikelijke eerste keuze is niet de enige goede keuze. Als medicatie bij een volwassene passend is, noemt het NHG citalopram, escitalopram, fluoxetine en sertraline als voorkeursmiddelen. Een ander middel dat eerder goed hielp en goed verdragen wordt, hoeft daarom niet te worden vervangen. Bespreek de reden voor jouw keuze met de voorschrijver.

Bronnen: Farmacotherapeutisch Kompas: depressie en richtlijn over de medicatiekeuze.

SSRI’s: vaak als eerste overwogen

Middelen: citalopram, escitalopram, fluoxetine, sertraline, paroxetine en fluvoxamine.

Waarvoor en hoe? Ze remmen de heropname van serotonine. Ze worden gebruikt bij depressie en, afhankelijk van het middel, ook bij bijvoorbeeld angst- of dwangstoornissen. Paroxetine en fluvoxamine zijn in de huisartsenrichtlijn geen voorkeursmiddelen voor een nieuwe behandeling van depressie.

Let op: misselijkheid, onrust, veranderingen in slaap en seksuele klachten kunnen optreden. Bij citalopram en escitalopram is het hartritme soms een extra aandachtspunt. Paroxetine kan lastig af te bouwen zijn. Goed effect op stemming is niet de enige maat: bijwerkingen op seksualiteit of dagelijks functioneren verdienen ook aandacht.

Meer over citalopram · Apotheek.nl: sertraline

SNRI’s: serotonine en noradrenaline

Middelen: venlafaxine en duloxetine.

Waarvoor en hoe? Ze beïnvloeden de heropname van serotonine en noradrenaline en kunnen een vervolgstap zijn bij depressie. Beide hebben ook toepassingen bij bepaalde angststoornissen. Duloxetine wordt daarnaast gebruikt bij zenuwpijn door diabetes. Dat betekent niet dat het voor iedere vorm van pijn geschikt is.

Let op: onder meer misselijkheid, zweten, seksuele klachten en bloeddrukverhoging. Bij venlafaxine verdient de bloeddruk controle; bij duloxetine tellen ook lever- en nierproblemen mee. Vooral bij venlafaxine kunnen een gemiste dosis of te snel afbouwen onttrekkingsklachten geven.

Meer over venlafaxine · Kompas: venlafaxine en duloxetine

Tricyclische antidepressiva (TCA’s)

Voorbeelden: amitriptyline, nortriptyline, clomipramine, imipramine en dosulepine.

Waarvoor en hoe? Dit zijn oudere antidepressiva die meerdere signaalsystemen beïnvloeden. Ze kunnen bij depressie worden ingezet als andere keuzes onvoldoende passen of eerder niet hielpen. Sommige, zoals amitriptyline, worden ook bij zenuwpijn gebruikt; een pijnbehandeling is niet hetzelfde als behandeling van depressie.

Let op: droge mond, verstopping, sufheid, duizeligheid bij opstaan en moeite met plassen. Ook hartritme en veiligheid bij overdosering wegen mee. De arts kan een hartfilmpje of bloedspiegelcontrole nodig vinden. In de huisartsenpraktijk zijn TCA’s geen standaard eerste keuze.

Bron: Kompas: TCA’s

Mirtazapine: een ander bijwerkingenprofiel

Groep: vaak aangeduid als NaSSA; beïnvloedt noradrenerge en serotonerge signalen via receptoren.

Waarvoor? Depressie, bijvoorbeeld als een andere keuze onvoldoende helpt of niet goed wordt verdragen. Slaperigheid en meer eetlust kunnen bij de keuze worden meegewogen, maar maken het niet automatisch de beste behandeling voor iemand die slecht slaapt of weinig eet.

Let op: sufheid, een droge mond en gewichtstoename komen voor. Slaperig worden kan snel gebeuren; dat is niet hetzelfde als herstel van de depressie. Bespreek ook invloed op autorijden, werk en combinatie met alcohol of andere versuffende middelen.

Bron: Kompas: mirtazapine

Bupropion: noradrenaline en dopamine

Groep: heropnameremmer van noradrenaline en dopamine, vaak NDRI genoemd.

Waarvoor? Een mogelijke vervolgstap bij depressie. Een andere registratie en productnaam worden gebruikt bij stoppen met roken. Die toepassingen zijn niet zonder meer uitwisselbaar.

Let op: slapeloosheid, onrust, een droge mond en bloeddrukverhoging kunnen optreden. Vanwege het risico op epileptische aanvallen is het onder andere ongeschikt bij epilepsie of een voorgeschiedenis van anorexia of boulimia. Ook abrupt stoppen met veel alcohol of benzodiazepinen is een belangrijk risico om met de arts te bespreken.

Bron: Kompas: bupropion

Vortioxetine: meerdere serotonerge effecten

Groep: een antidepressivum dat zowel de heropname als bepaalde receptoren van serotonine beïnvloedt.

Waarvoor? Depressie bij volwassenen, doorgaans als andere voorkeursmiddelen onvoldoende passend zijn. Het is geen automatisch betere keuze omdat het anders werkt.

Let op: vooral misselijkheid, maar ook duizeligheid en maag-darmklachten. Seksuele bijwerkingen zijn niet uitgesloten. Net als bij andere serotonerge middelen moet de apotheker controleren op gevaarlijke combinaties.

Bron: Kompas: vortioxetine

Agomelatine: melatonine- en serotonine-receptoren

Waarvoor en hoe? Agomelatine werkt op melatoninereceptoren en bepaalde serotoninereceptoren. Het kan bij depressie worden overwogen na onvoldoende resultaat van een voorkeursmiddel. Het is niet hetzelfde als een melatoninesupplement of een gewoon slaapmiddel.

Let op: er is risico op leverschade. Daarom zijn vóór en tijdens de behandeling bloedcontroles nodig. Bij een leveraandoening is het niet geschikt. Bespreek nieuwe geelzucht, donkere urine of onverklaarde sterke vermoeidheid direct met een arts.

Bron: Kompas: agomelatine

Trazodon: serotonerg en vaak versuffend

Waarvoor en hoe? Trazodon beïnvloedt serotonine via receptoren en heropname. Het is een antidepressivum, maar geen voorkeursmiddel voor een nieuwe behandeling in de huisartsenpraktijk. Gebruik voor alleen slapeloosheid kan off-label zijn: buiten de geregistreerde toepassing. Bespreek dan het doel en de onderbouwing.

Let op: slaperigheid, duizeligheid, bloeddrukdaling bij opstaan en hartritmestoornissen. Een zeldzame maar urgente bijwerking is een aanhoudende, pijnlijke erectie; zoek daarbij direct medische hulp. Een slaapbevorderend effect bewijst niet dat de depressie voldoende behandeld wordt.

Bron: Kompas: trazodon

MAO-remmers: specialistische keuzes

Voorbeelden: tranylcypromine en moclobemide.

Waarvoor en hoe? Ze remmen een enzym dat signaalstoffen afbreekt. Tranylcypromine kan een optie zijn bij depressie die op andere behandelingen onvoldoende reageert. Moclobemide is een reversibele MAO-A-remmer, maar heeft volgens het Kompas geen plaats in de Nederlandse depressierichtlijnen. De eigenschappen en voorzorgen verschillen.

Let op: er zijn belangrijke wisselwerkingen met andere medicijnen. Bij tranylcypromine zijn strikte, persoonlijke voedingsadviezen nodig vanwege tyramine en het risico op een gevaarlijke bloeddrukstijging. Gebruik die dieetregels niet als algemene regel voor elke MAO-remmer. Overstappen vraagt een zorgvuldig plan en soms een wachttijd tussen middelen.

Kompas: tranylcypromine en moclobemide

Andere namen: onder meer mianserine

Je kunt ook oudere of minder vaak gebruikte middelen tegenkomen, zoals mianserine en maprotiline. Indelingen verschillen: sommige worden tetracyclisch genoemd of samen met verwante oudere antidepressiva besproken. Een groepsnaam alleen zegt onvoldoende over werking of veiligheid.

Mianserine kan bij depressie worden gebruikt wanneer andere middelen onvoldoende helpen. Sufheid en gewichtstoename zijn aandachtspunten; koorts, keelpijn of blaren in de mond kunnen wijzen op zeldzame bloedafwijkingen en vragen contact met de arts. Vraag bij een onbekende naam altijd naar de werkzame stof, het behandeldoel en de eigen bijsluiter.

Bronnen: Apotheek.nl: mianserine en Kompas: oudere antidepressiva

Wanneer werken antidepressiva en hoe volg je dat?

Bijwerkingen kunnen eerder merkbaar zijn dan verbetering. Arts en patiënt bespreken vaak na één tot twee weken hoe het middel wordt verdragen en beoordelen het effect doorgaans na vier tot zes weken. Soms is bij gedeeltelijke verbetering meer tijd nodig. Wacht bij verslechtering of onveiligheid niet op die evaluatiedatum.

Meet meer dan alleen je stemming. Lukt opstaan, eten of contact onderhouden beter? Neemt angst af? Worden werk, studie of zelfzorg haalbaarder? Een vragenlijst kan ondersteunen, maar vervangt het gesprek niet. Spreek ook af wat voor jou een onaanvaardbare bijwerking is.

  • Noteer kort slaap, energie, stemming en één dagelijkse activiteit, bijvoorbeeld enkele keren per week.
  • Schrijf nieuwe klachten en gemiste innamen op zonder jezelf daarop af te rekenen.
  • Bespreek seksuele klachten, emotionele vervlakking, gewichtstoename of sufheid expliciet; ze kunnen het dagelijks leven sterk beïnvloeden.
  • Vraag wie je kunt bereiken als het slechter gaat. Bij jongvolwassenen is extra contact nodig, zeker in de eerste weken.

Bron: richtlijn: evalueren van behandeling.

Veilig gebruiken: combinaties, bijwerkingen en controles

Laat de apotheker je volledige medicatielijst controleren, inclusief zelfzorgmiddelen, kruiden en supplementen. Vooral combinaties met andere serotonerge middelen, zoals tramadol, bepaalde antidepressiva of sint-janskruid, kunnen gevaarlijk zijn. Ook bloedverdunners, ontstekingsremmende pijnstillers en versuffende middelen kunnen extra risico geven. Vraag advies voordat je iets toevoegt.

Sommige middelen beïnvloeden het rijvermogen. Vraag de apotheker naar de regels voor jouw middel, dosis en situatie; rijd niet wanneer je suf, duizelig of minder alert bent. Alcohol kan bijwerkingen versterken.

Neem snel contact op bij duidelijke verslechtering. Bijvoorbeeld bij nieuwe gedachten aan zelfbeschadiging, sterke onrust of opvallend weinig slaap nodig hebben met veel energie of ontremming. Koorts met verwardheid, hevig zweten en spierstijfheid of trillen kan een ernstig geneesmiddelprobleem zijn. Laat dit direct medisch beoordelen; bel 112 bij levensgevaar.

Medicijnspecifieke informatie: Apotheek.nl: gebruik, interacties en bijwerkingen. Lees ook hoe je overzicht houdt bij langdurig medicijngebruik.

Hoe lang gebruik je antidepressiva en hoe bouw je af?

Als het middel helpt en de depressie is hersteld, wordt de behandeling vaak nog minstens zes maanden voortgezet om terugkeer te helpen voorkomen. Bij eerdere episodes, restklachten of andere risico’s kan langer doorgaan passend zijn. Laat bij langdurig gebruik regelmatig beoordelen of de voordelen nog opwegen tegen de nadelen.

Stop niet plotseling op eigen initiatief. Maak samen met arts en apotheker een plan dat past bij het middel, de gebruiksduur, eerdere stoppogingen en jouw klachten. Afbouwen kan korter of langer duren; er is geen universeel schema. Sommige mensen hebben kleinere stappen en meer tijd nodig.

Duizeligheid, misselijkheid, griepachtige klachten, onrust of elektrische schokjes kunnen onttrekkingsklachten zijn. Ze betekenen niet automatisch dat de depressie terug is. Het onderscheid met terugval is soms lastig en vraagt beoordeling. Meld klachten na een verlaging, zodat je het plan samen kunt aanpassen. Onttrekking is reëel en betekent niet dat je onvoldoende je best doet.

Bronnen: Thuisarts: stoppen met antidepressiva en richtlijn: afbouwen, met de multidisciplinaire afbouwdocumenten.

Wat als therapie of medicijnen onvoldoende helpen?

Onvoldoende resultaat is een reden om het plan opnieuw te bekijken, niet om jou als ‘uitbehandeld’ te bestempelen. Klopt de diagnose? Was de behandeling lang genoeg en uitvoerbaar? Zijn er bijwerkingen, andere aandoeningen of sociale problemen die herstel belemmeren? Een vervolgstap kan zijn: therapie aanpassen, wisselen van medicijn of specialistische behandeling. Zelf middelen combineren is niet veilig.

Een behandeling versterken

Een psychiater kan soms lithium of een bepaald antipsychoticum toevoegen aan een antidepressivum. Dit heet augmentatie. Het is geen gewone extra antidepressivagroep en betekent niet dat je automatisch een psychose of bipolaire stoornis hebt. Er zijn extra controles nodig, afhankelijk van het middel, bijvoorbeeld op bloedspiegels, nierfunctie, gewicht of stofwisseling.

Bron: Kompas: vervolgstappen bij depressie

rTMS

Bij repetitieve transcraniële magnetische stimulatie worden via een spoel op het hoofd magnetische pulsen gegeven. Het kan worden overwogen bij depressie zonder psychotische kenmerken na onvoldoende effect van eerdere behandelingen, of soms eerder bij ernstige medicatiebijwerkingen. Het vraagt meerdere sessies; hoofdpijn of lokaal ongemak kan voorkomen. Het is niet hetzelfde als ECT.

Bron: richtlijn: rTMS

ECT

Elektroconvulsietherapie is een ziekenhuisbehandeling onder korte narcose, waarbij gecontroleerd een epileptische aanval wordt opgewekt. Ze kan helpen bij ernstige of therapieresistente depressie, en eerder nodig zijn bij bijvoorbeeld psychotische kenmerken of wanneer snelle verbetering medisch noodzakelijk is. Bespreek de mogelijke baten én geheugenproblemen, tijdelijke verwardheid en andere bijwerkingen met het behandelteam.

Bronnen: UMCG: ECT en richtlijn: plaats van ECT

Esketamine-neusspray

Esketamine werkt anders dan de gebruikelijke antidepressiva, via het glutamaatsysteem. Het kan onder specifieke voorwaarden bij therapieresistente depressie worden ingezet, samen met een oraal antidepressivum. Toediening gebeurt onder direct professioneel toezicht met observatie, onder meer vanwege bloeddrukstijging, sufheid en dissociatie: een veranderd gevoel van jezelf of je omgeving. Het is geen thuismiddel of garantie op herstel.

Bron: Kompas: esketamine nasaal

De vorm van depressie kan de behandeling veranderen

  • Bipolaire depressie: eerdere manie of hypomanie verandert de medicatiekeuze. Alleen een antidepressivum kan ongeschikt zijn; laat dit specialistisch beoordelen.
  • Depressie tijdens of na de zwangerschap: weeg risico’s van behandeling én onbehandelde klachten af, met aandacht voor zwangerschap of borstvoeding. Stop niet uit angst zelf met medicatie.
  • Winterdepressie: lichttherapie kan bij een seizoenspatroon een rol spelen, maar vraagt een passende beoordeling.
  • Psychotische kenmerken: snelle specialistische beoordeling is nodig; het gewone stappenplan volstaat niet altijd.
  • Langdurige of terugkerende depressie: eerdere behandelingen, restklachten en terugvalpreventie verdienen extra aandacht.

Deze pagina gaat over volwassenen. Behandeling onder de 18 jaar vraagt een eigen afweging en richtlijn. Ook bij ouderen kunnen andere doses, controles of keuzes nodig zijn.

Vragen om mee te nemen naar je arts of behandelaar

  • Welke klachten en welke vorm van depressie behandelen we?
  • Waarom past deze therapie of dit middel bij mij? Welke alternatieven zijn er?
  • Wat willen we concreet verbeteren, en wanneer beoordelen we dat?
  • Welke bijwerkingen of combinaties zijn voor mij extra belangrijk?
  • Zijn bloedonderzoek, bloeddrukmeting of andere controles nodig?
  • Wie kan ik bellen bij verslechtering, ook buiten de geplande afspraken?
  • Hoe lang gaan we bij goed effect door, en hoe bespreken we later afbouwen?

Thuis kun je de behandeling ondersteunen met haalbare dagstructuur, kleine activiteiten en contact met iemand die je vertrouwt. Ontspanning kan tijdelijk spanning verminderen, maar vervangt geen depressiebehandeling. Bekijk praktische oefeningen en kleine stappen voor thuis. Vraag om hulp als ook die stappen te groot voelen.

Hulp bij crisis. Bel bij onmiddellijk gevaar 112. Neem bij nieuwe psychotische klachten, sterk toenemende suïcidegedachten of ernstige verslechtering direct contact op met huisarts, huisartsen-spoedpost of je behandelteam. Bij gedachten aan zelfdoding kun je dag en nacht bellen met 113 of 0800-0113, of chatten via 113.nl. Laat iemand niet alleen als dat onveilig is.

Veelgestelde vragen

Moet je bij depressie altijd antidepressiva gebruiken?

Nee. Begeleiding en psychotherapie kunnen zonder medicatie passend zijn. Bij ernstiger klachten wordt vaker een combinatie besproken. De keuze hangt ook af van je voorkeur, functioneren en eerdere behandeling.

Welke soorten antidepressiva zijn er?

Belangrijke groepen zijn SSRI’s, SNRI’s, tricyclische antidepressiva en MAO-remmers. Daarnaast zijn er middelen met andere werkingen, zoals mirtazapine, bupropion, vortioxetine en agomelatine. Middelen binnen een groep verschillen in toepassingen en risico’s.

Wat is het beste antidepressivum?

Er is geen beste middel voor iedereen. De keuze wordt afgestemd op eerder effect, bijwerkingen, andere medicijnen en je gezondheid. Een middel dat goed helpt, hoeft niet te worden vervangen omdat het geen gebruikelijke eerste keuze is.

Wat is het verschil tussen CGT en IPT?

CGT onderzoekt de samenhang tussen gedachten, gevoelens en gedrag. IPT richt zich op relaties, verlies, conflicten en rolveranderingen die samenhangen met de depressie. Bespreek welke aanpak bij jouw situatie past.

Wanneer weet je of een antidepressivum helpt?

Bijwerkingen worden meestal al in de eerste weken besproken. Het effect wordt vaak na vier tot zes weken beoordeeld; soms is meer tijd nodig. Neem bij sterke verslechtering direct contact op en wacht niet op de afspraak.

Betekenen klachten bij afbouwen dat mijn depressie terug is?

Niet automatisch. Na verminderen kunnen onttrekkingsklachten ontstaan die soms op terugval lijken. Bespreek nieuwe klachten met de voorschrijver en pas het afbouwplan samen aan.

Kun je zelf antidepressiva combineren of wisselen?

Nee. Sommige combinaties zijn gevaarlijk en bij overstappen kan een wachttijd nodig zijn. Laat arts en apotheker een plan maken en neem ook supplementen en zelfzorgmiddelen mee in het medicatieoverzicht.

Bronnen

Betrouwbare uitleg en richtlijnen