Antidepressiva kunnen depressieve klachten verminderen, maar werken niet bij iedereen hetzelfde. De groepen verschillen in hun invloed op de signaaloverdracht in de hersenen, bijwerkingen, wisselwerkingen en het gemak waarmee je kunt stoppen. ‘Nieuwer’ of ‘sterker’ betekent niet automatisch beter.
Hieronder staan de belangrijkste groepen en voorbeelden van werkzame stoffen die in de Nederlandse zorg gebruikt worden. Het is geen volledige bijsluiter of keuzelijst om zelf mee te starten. Sommige middelen worden ook voor angst, dwang of pijn gebruikt: een recept voor een antidepressivum betekent dus niet altijd dat je een depressie hebt.
De gebruikelijke eerste keuze is niet de enige goede keuze. Als medicatie bij een volwassene passend is, noemt het NHG citalopram, escitalopram, fluoxetine en sertraline als voorkeursmiddelen. Een ander middel dat eerder goed hielp en goed verdragen wordt, hoeft daarom niet te worden vervangen. Bespreek de reden voor jouw keuze met de voorschrijver.
Bronnen: Farmacotherapeutisch Kompas: depressie en richtlijn over de medicatiekeuze.
SSRI’s: vaak als eerste overwogen
Middelen: citalopram, escitalopram, fluoxetine, sertraline, paroxetine en fluvoxamine.
Waarvoor en hoe? Ze remmen de heropname van serotonine. Ze worden gebruikt bij depressie en, afhankelijk van het middel, ook bij bijvoorbeeld angst- of dwangstoornissen. Paroxetine en fluvoxamine zijn in de huisartsenrichtlijn geen voorkeursmiddelen voor een nieuwe behandeling van depressie.
Let op: misselijkheid, onrust, veranderingen in slaap en seksuele klachten kunnen optreden. Bij citalopram en escitalopram is het hartritme soms een extra aandachtspunt. Paroxetine kan lastig af te bouwen zijn. Goed effect op stemming is niet de enige maat: bijwerkingen op seksualiteit of dagelijks functioneren verdienen ook aandacht.
Meer over citalopram · Apotheek.nl: sertraline
SNRI’s: serotonine en noradrenaline
Middelen: venlafaxine en duloxetine.
Waarvoor en hoe? Ze beïnvloeden de heropname van serotonine en noradrenaline en kunnen een vervolgstap zijn bij depressie. Beide hebben ook toepassingen bij bepaalde angststoornissen. Duloxetine wordt daarnaast gebruikt bij zenuwpijn door diabetes. Dat betekent niet dat het voor iedere vorm van pijn geschikt is.
Let op: onder meer misselijkheid, zweten, seksuele klachten en bloeddrukverhoging. Bij venlafaxine verdient de bloeddruk controle; bij duloxetine tellen ook lever- en nierproblemen mee. Vooral bij venlafaxine kunnen een gemiste dosis of te snel afbouwen onttrekkingsklachten geven.
Meer over venlafaxine · Kompas: venlafaxine en duloxetine
Tricyclische antidepressiva (TCA’s)
Voorbeelden: amitriptyline, nortriptyline, clomipramine, imipramine en dosulepine.
Waarvoor en hoe? Dit zijn oudere antidepressiva die meerdere signaalsystemen beïnvloeden. Ze kunnen bij depressie worden ingezet als andere keuzes onvoldoende passen of eerder niet hielpen. Sommige, zoals amitriptyline, worden ook bij zenuwpijn gebruikt; een pijnbehandeling is niet hetzelfde als behandeling van depressie.
Let op: droge mond, verstopping, sufheid, duizeligheid bij opstaan en moeite met plassen. Ook hartritme en veiligheid bij overdosering wegen mee. De arts kan een hartfilmpje of bloedspiegelcontrole nodig vinden. In de huisartsenpraktijk zijn TCA’s geen standaard eerste keuze.
Bron: Kompas: TCA’s
Mirtazapine: een ander bijwerkingenprofiel
Groep: vaak aangeduid als NaSSA; beïnvloedt noradrenerge en serotonerge signalen via receptoren.
Waarvoor? Depressie, bijvoorbeeld als een andere keuze onvoldoende helpt of niet goed wordt verdragen. Slaperigheid en meer eetlust kunnen bij de keuze worden meegewogen, maar maken het niet automatisch de beste behandeling voor iemand die slecht slaapt of weinig eet.
Let op: sufheid, een droge mond en gewichtstoename komen voor. Slaperig worden kan snel gebeuren; dat is niet hetzelfde als herstel van de depressie. Bespreek ook invloed op autorijden, werk en combinatie met alcohol of andere versuffende middelen.
Bron: Kompas: mirtazapine
Bupropion: noradrenaline en dopamine
Groep: heropnameremmer van noradrenaline en dopamine, vaak NDRI genoemd.
Waarvoor? Een mogelijke vervolgstap bij depressie. Een andere registratie en productnaam worden gebruikt bij stoppen met roken. Die toepassingen zijn niet zonder meer uitwisselbaar.
Let op: slapeloosheid, onrust, een droge mond en bloeddrukverhoging kunnen optreden. Vanwege het risico op epileptische aanvallen is het onder andere ongeschikt bij epilepsie of een voorgeschiedenis van anorexia of boulimia. Ook abrupt stoppen met veel alcohol of benzodiazepinen is een belangrijk risico om met de arts te bespreken.
Bron: Kompas: bupropion
Vortioxetine: meerdere serotonerge effecten
Groep: een antidepressivum dat zowel de heropname als bepaalde receptoren van serotonine beïnvloedt.
Waarvoor? Depressie bij volwassenen, doorgaans als andere voorkeursmiddelen onvoldoende passend zijn. Het is geen automatisch betere keuze omdat het anders werkt.
Let op: vooral misselijkheid, maar ook duizeligheid en maag-darmklachten. Seksuele bijwerkingen zijn niet uitgesloten. Net als bij andere serotonerge middelen moet de apotheker controleren op gevaarlijke combinaties.
Bron: Kompas: vortioxetine
Agomelatine: melatonine- en serotonine-receptoren
Waarvoor en hoe? Agomelatine werkt op melatoninereceptoren en bepaalde serotoninereceptoren. Het kan bij depressie worden overwogen na onvoldoende resultaat van een voorkeursmiddel. Het is niet hetzelfde als een melatoninesupplement of een gewoon slaapmiddel.
Let op: er is risico op leverschade. Daarom zijn vóór en tijdens de behandeling bloedcontroles nodig. Bij een leveraandoening is het niet geschikt. Bespreek nieuwe geelzucht, donkere urine of onverklaarde sterke vermoeidheid direct met een arts.
Bron: Kompas: agomelatine
Trazodon: serotonerg en vaak versuffend
Waarvoor en hoe? Trazodon beïnvloedt serotonine via receptoren en heropname. Het is een antidepressivum, maar geen voorkeursmiddel voor een nieuwe behandeling in de huisartsenpraktijk. Gebruik voor alleen slapeloosheid kan off-label zijn: buiten de geregistreerde toepassing. Bespreek dan het doel en de onderbouwing.
Let op: slaperigheid, duizeligheid, bloeddrukdaling bij opstaan en hartritmestoornissen. Een zeldzame maar urgente bijwerking is een aanhoudende, pijnlijke erectie; zoek daarbij direct medische hulp. Een slaapbevorderend effect bewijst niet dat de depressie voldoende behandeld wordt.
Bron: Kompas: trazodon
MAO-remmers: specialistische keuzes
Voorbeelden: tranylcypromine en moclobemide.
Waarvoor en hoe? Ze remmen een enzym dat signaalstoffen afbreekt. Tranylcypromine kan een optie zijn bij depressie die op andere behandelingen onvoldoende reageert. Moclobemide is een reversibele MAO-A-remmer, maar heeft volgens het Kompas geen plaats in de Nederlandse depressierichtlijnen. De eigenschappen en voorzorgen verschillen.
Let op: er zijn belangrijke wisselwerkingen met andere medicijnen. Bij tranylcypromine zijn strikte, persoonlijke voedingsadviezen nodig vanwege tyramine en het risico op een gevaarlijke bloeddrukstijging. Gebruik die dieetregels niet als algemene regel voor elke MAO-remmer. Overstappen vraagt een zorgvuldig plan en soms een wachttijd tussen middelen.
Kompas: tranylcypromine en moclobemide
Andere namen: onder meer mianserine
Je kunt ook oudere of minder vaak gebruikte middelen tegenkomen, zoals mianserine en maprotiline. Indelingen verschillen: sommige worden tetracyclisch genoemd of samen met verwante oudere antidepressiva besproken. Een groepsnaam alleen zegt onvoldoende over werking of veiligheid.
Mianserine kan bij depressie worden gebruikt wanneer andere middelen onvoldoende helpen. Sufheid en gewichtstoename zijn aandachtspunten; koorts, keelpijn of blaren in de mond kunnen wijzen op zeldzame bloedafwijkingen en vragen contact met de arts. Vraag bij een onbekende naam altijd naar de werkzame stof, het behandeldoel en de eigen bijsluiter.
Bronnen: Apotheek.nl: mianserine en Kompas: oudere antidepressiva