Herken je situatie

ADHD-diagnose op latere leeftijd: als niemand de optelsom maakt

Pas op je veertigste te horen dat je ADHD hebt. Voor veel mensen uit de jaren zeventig en tachtig gaat er dan een wereld open. Maar de echte fuik begint soms daarna: als je meerdere diagnoses hebt, met allemaal losse behandelaren die niet met elkaar afstemmen.

🕒 Leestijd ongeveer 9 minutenOnderwerp: ADHD op latere leeftijd
Niet druk. Niet vervelend. Gewoon nooit begrepen. ADHD op latere leeftijd in de zorgfuik.

Ik kreeg mijn ADHD-diagnose toen ik net veertig was. Er ging een wereld voor me open. Ineens had het een naam: het altijd maar aanstaan, de dertig browservensters die tegelijk openstonden, het gevoel dat ik nooit echt begrepen werd.

Wie opgroeide in de jaren zeventig en op school zat in de tachtig, kreeg die naam nooit te horen. Neurodiversiteit bestond niet als begrip. Je was gewoon druk, of vervelend, of je zat te dromen. In mijn geval was het vooral verveling: mijn hoofd ging te snel voor wat er om me heen gebeurde.

Deze pagina geeft geen medisch advies. Wat we wel doen: laten zien waar mensen met een late ADHD-diagnose vastlopen in de zorg, en waar het bij meerdere diagnoses tegelijk misgaat. Een groot deel komt uit eigen ervaring.

Misschien herken je dit

Altijd aan

Workaholic, dertig tabbladen open, van het ene naar het andere. Niet omdat het moet, maar omdat stilstaan bijna niet lukt.

Uitchecken in gesprekken

Je denkt in twintig stappen en vier paden tegelijk, inclusief de route terug. Een gesprek dat langzaam gaat, verlies je daardoor soms gewoon: te traag, en dus saai.

Lezen kost moeite

Bij mij ging school altijd moeizaam. Na een paar regels lezen begin ik al scheel te kijken. De woorden blijven niet hangen, mijn aandacht schiet ervandoor.

Nooit echt begrepen

Het gevoel dat je net even anders in elkaar zit dan de rest, zonder te weten waarom. Tot een diagnose er eindelijk een verklaring voor geeft.

Een persoonlijk detail: ik lees elk woord dat ik typ in mijn hoofd mee. Dat heet subvocalisatie en het is op zichzelf heel normaal, bijna iedereen doet het. Maar in combinatie met een hoofd dat steeds wegschiet, maakt het lezen en schrijven extra vermoeiend. Het is precies dat soort kleine dingen waarvan je pas na een diagnose begrijpt waarom ze bij jou zwaarder wegen.

“Er ging een wereld voor me open. Ineens was ik niet lui of vervelend geweest. Er was gewoon een verklaring.”

Een late diagnose geeft vaak vooral erkenning. Niet meteen een oplossing, maar wel rust: het lag niet aan jou als persoon.

Waar de fuik bij mij zat

Bij mij zat de fuik niet in de diagnose, en ook niet in een psychiater die niet meedacht. Integendeel: mijn psychiater dacht juist goed mee. De fuik zat in iets anders: ik heb meerdere diagnoses, en daarvoor had ik allemaal losse behandelaren die in veel gevallen niet met elkaar afstemden of meedachten.

Mijn psychiater en mijn psycholoog werkten gelukkig bij dezelfde GGZ-instelling, dus die afstemming was er wel. Maar met de MDL-artsen, die mijn maag- en darmklachten behandelden, was er simpelweg geen afstemming. En dat ging wringen, want de behandelingen botsten. De ene arts schreef een medicijn voor, terwijl de andere zei dat datzelfde medicijn de werking van een ander middel juist schaadde.

De vicieuze cirkel

Ik heb naast ADHD ook ACNES (chronische buikwandpijn) en kamp met depressie. Die drie grijpen op elkaar in, en dat maakt behandelen ontzettend lastig.

Medicatie slaat vaak op je darmen. Onrustige darmen geven bij mij meer ACNES-pijn. Die pijn maakt me somber. Somberheid geeft een onrustig hoofd en malende gedachten. En dat wordt dan weer gezien als ADHD. Zo draait de cirkel rond, en de kern van het probleem is dat niemand de optelsom maakt: elke arts kijkt naar zijn eigen stukje.

De vicieuze cirkel: medicatie belast de darmen, dat geeft meer pijn, pijn maakt somber, somberheid geeft een onrustig hoofd, dat wordt gelezen als ADHD, en de cyclus begint opnieuw.
Uit eigen ervaring

Op zoek naar een nullijn die er nooit kwam

Ik ben heel wat pillen langsgegaan. Van de ene werd ik een zombie, van de andere kreeg ik enorme rebounds zodra hij uitwerkte. En doordat ik ook een maagverkleining heb gehad, verdraag ik langwerkende, vertraagde medicatie slecht: mijn lijf neemt het simpelweg anders op.

Daar komt de complexiteit van meerdere diagnoses bij. Met ADHD, depressie en chronische pijn door elkaar was het bijna onmogelijk om te meten wat nou wat deed. Ik heb nooit een goede nullijn kunnen vinden, geen rustpunt van waaruit je kunt zien of iets werkt.

Op een gegeven moment slikte ik zoveel ADHD-medicatie, bij elkaar zo’n 2190 pillen per jaar, dat ik heb besloten om te stoppen. Dat heb ik niet op eigen houtje gedaan, maar in overleg met mijn psychiater en rustig afgebouwd, nadat ik het echt uitvoerig had geprobeerd. Sindsdien probeer ik het te doen met mijn neurodiversiteit zelf. De behoefte aan iets voor de lange termijn is er nog steeds, maar met ACNES, depressie en ADHD tegelijk is dat moeilijk te vinden.

Wat ik anderen wil meegeven: dit is mijn verhaal, geen advies om te stoppen. Voor heel veel mensen werkt medicatie juist wel. Het punt is niet dat de pillen slecht zijn, het punt is dat niemand de optelsom van mijn lijf en mijn diagnoses maakte.

De nullijn het rustpunt dat nooit kwam nul te veel te weinig Elke meting wees een andere kant op. De naald kwam nooit echt tot rust.

Als je zelf bijna arts wordt

Een van de dingen die ik het meest herken uit dit traject: je wordt op een gegeven moment bijna je eigen behandelaar. Je gaat zelf voorstellen doen voor andere doseringen of combinaties, omdat jij de enige bent die alle stukjes bij elkaar ziet. In mijn geval werd daarover meegedacht, ook al was het soms off-label.

Dat er met me werd meegedacht, was een geluk. Maar het zegt ook iets: dat de patient zelf de regie moet pakken, betekent eigenlijk dat het systeem die regie laat liggen. Niet uit onwil van een arts, maar omdat niemand het geheel overziet.

⚠️ Belangrijk: dit is geen medisch advies. Begin nooit zelf met starten, stoppen of aanpassen van medicatie. Doe dat altijd in overleg met je arts of psychiater. Wat hier staat helpt je het gesprek te voeren, niet om jezelf te behandelen.

Wie kan er wel de optelsom maken

1

Vraag je behandelaren om af te stemmen

Heb je meerdere behandelaren, vraag dan expliciet of zij onderling contact kunnen opnemen. Binnen dezelfde instelling gaat dat vaak vanzelf, tussen verschillende instellingen meestal niet. Jij mag daar gerust om vragen.

2

Houd alles bij één apotheek

Je apotheek kan medicatiebewaking doen en waarschuwen als twee middelen elkaar in de weg zitten. Dat werkt alleen als al je medicatie bij dezelfde apotheek bekend is. Bespreek twijfels over interacties met je arts of apotheker.

3

Houd zelf een overzicht bij

Noteer welke diagnoses je hebt, wie je behandelt en wat je gebruikt. Zo hoef je niet bij elke nieuwe arts weer bij nul te beginnen, en zie je zelf de samenhang die anders tussen de schotten verdwijnt.

4

Vraag naar een regiebehandelaar

In de GGZ is er vaak een regiebehandelaar die je traject overziet. Vraag wie dat voor jou is en of die ook met je andere zorgverleners kan schakelen. Eén iemand die het geheel bewaakt, scheelt enorm.

5

Zoek gratis ondersteuning als je vastloopt

Kom je er niet uit, dan kan een onafhankelijk cliëntondersteuner met je meedenken en meegaan naar gesprekken. Dat is kosteloos en je hoeft het niet alleen te doen.

Waarom Zorgfuik dit verzamelt

Eén verhaal over botsende behandelingen is pech. Honderden verhalen samen laten een patroon zien: dat de zorg is opgeknipt in losse stukjes, en dat niemand verantwoordelijk is voor het geheel. Juist mensen met meerdere diagnoses vallen daartussen.

Daarom vragen we niet om je dossier of je naam. We vragen om je ervaring, zodat duidelijk wordt hoe vaak afstemming ontbreekt en waar het beter moet.

“Elke arts had gelijk over zijn eigen stukje. Bij elkaar klopte er niets van.”

Veelgestelde vragen

Waarom krijgen mensen vaak pas op latere leeftijd een ADHD-diagnose?
Wie opgroeide in de jaren zeventig en tachtig kreeg zelden de term ADHD te horen. Je was eerder druk, dromerig of vervelend. Veel mensen ontwikkelden manieren om zich staande te houden en kregen pas als volwassene, soms rond hun veertigste, een diagnose toen de klachten of een andere hulpvraag opnieuw opspeelden.
Wat heb je aan een diagnose als je al volwassen bent?
Voor veel mensen geeft een late diagnose vooral erkenning en uitleg. Gedrag dat je je hele leven als een tekortkoming zag, krijgt ineens een verklaring. Dat alleen al kan rust geven, los van de vraag of je medicatie of begeleiding gaat gebruiken.
Waarom is ADHD-medicatie soms zo moeilijk in te stellen?
Medicatie reageert per persoon anders. Bij sommige mensen werkt langwerkende medicatie niet goed, bijvoorbeeld na een maagverkleining die de opname beïnvloedt. De ene soort kan je vlak maken, een andere kan rebounds geven. Met meerdere diagnoses tegelijk is een goede instelling extra lastig. Wat passend is, bepaal je samen met je behandelaar.
Wat als ik meerdere diagnoses heb met verschillende behandelaren?
Dan is afstemming tussen die behandelaren cruciaal, en juist daar gaat het vaak mis. Behandelaren binnen dezelfde instelling stemmen soms wel af, maar tussen verschillende instellingen gebeurt dat lang niet altijd. Vraag je behandelaren expliciet of zij contact met elkaar kunnen opnemen, en houd zelf een overzicht bij van wie wat voorschrijft.
Kan medicatie van de ene arts botsen met die van een andere?
Ja. Het komt voor dat de ene arts een middel voorschrijft terwijl een andere arts zegt dat datzelfde middel de werking van iets anders vermindert. Je apotheek kan medicatiebewaking doen en interacties signaleren. Houd daarom je volledige medicatieoverzicht bij één apotheek en bespreek twijfels altijd met je arts of apotheker.
Wat doet Zorgfuik wel en niet?
Zorgfuik geeft geen medisch advies en is geen behandelaar of crisisdienst. We verzamelen ervaringen om patronen zichtbaar te maken, bijvoorbeeld dat losse behandelaren niet met elkaar afstemmen. Voor diagnose, medicatie en behandeling ga je naar je huisarts, psychiater of de GGZ.

🏎 Direct hulp nodig?

Bij direct gevaar voor jezelf of iemand anders: bel 112. Zit je in de put of denk je aan zelfdoding? Je kunt dag en nacht bellen of chatten met 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113. Zorgfuik is geen crisisdienst en kan acute hulpvragen niet oplossen, maar we vinden het belangrijk dat je weet waar je wel terechtkunt.